Interview 30 april 2026.
Deze vrouw werkt op vrijwillige basis als geestelijk verzorger/trooster voor heel veel mensen met trauma’s als gevolg van de oorlog. Ze is zelf gevlucht uit (oblast) Loehansk en heeft een heel indrukwekkend persoonlijk verhaal verteld. Ook heeft ze verteld over haar werk. We hebben dit allemaal opgenomen met een dictafoon.
“Mijn naam is Kataryna Bryzhaniuk. Ik ben 44 jaar oud. De oorlog is voor ons al in 2014 begonnen. We woonden toen in de regio Loehansk, in de stad Antratcyt [Oost-Oekraïne].
In 2014 hadden we 2 kinderen: zoon Nazar van 6 jaar en dochter Solomiya van 3 jaar.
Op een ochtend, toen we wakker werden en het huis uit kwamen, zagen we mensen in militaire uniformen. Ze hadden bivakmutsen over hun hoofden en hielden machinegeweren vast, gericht op onze huizen. We realiseerden ons dat onze stad, die zo’n 30 kilometer van de Russische grens ligt, was aangevallen. Mijn man zei toen dat we tot de avond de tijd hadden om de stad te verlaten.
’s Avonds vertrekken met de auto ging niet, alleen de trein was mogelijk, want er waren vijandelijke controleposten bij alle uitgangen van de stad en ze konden schieten.
We gingen naar de regio Vinnytsia omdat mijn man hier vandaan komt. Daar hebben we ons leven weer opnieuw opgebouwd, in de stad Haisyn. Mijn man kreeg een baan als treinbestuurder. Ik heb ook een baan gekregen bij het elektriciteitsnet als specialist en nu ben ik adjunct-directeur. We vestigden ons bij de grootmoeder van mijn man, die toen 93 jaar oud was. Kortom, we bleven hier wonen met onze kinderen en zorgden ook voor oma.
In 2022 vond er een nieuwe tragedie plaats: de grootschalige invasie van Rusland begon. Op de allereerste dag sloot mijn man zich aan bij het vrijwilligersleger. Ik was hier categorisch op tegen, niet omdat ik geloofde dat de mannen hun land niet moesten verdedigen, maar omdat hij in die tijd bij de spoorwegen werkte, wat buitengewoon belangrijk was. Ik probeerde hem ervan te overtuigen dat hij niet naar de oorlog moest gaan, omdat hij belangrijk werk deed.
Maar hij zei dat we tien jaar geleden alles al hadden verloren en dat wilde hij niet nog een keer meemaken. Dus ging hij als artillerist het leger in. Hij bracht twee jaar en één maand door aan de frontlinie in de buurt van Zaporizja.
Tijdens deze ondraaglijke twee jaar ervaarde ik wat het betekent om een vrouw van een militair te zijn. Hoewel ik op een veilige plek woonde, was mijn hart bij de oorlog. Ik voelde constante angst om mijn man: vele dagen wachten op nieuws, terwijl hij op gevechtsmissie was. Elke keer telde ik de dagen van zijn missie af, totdat hij weer terugkeerde naar het kamp. Op de momenten dat ik kon bellen, telde ik niet alleen de uren maar ook de minuten, in de hoop op een telefoontje van hem. Ik kon niet slapen of eten, maar vroeg mij constant af of hij nog leefde.
Als mijn man met verlof kwam van het front, realiseerde ik me hoe de oorlog hem veranderd had. Een keer toen hij in de badkamer was en ik zachtjes op de deur klopte om te vragen of hij eruit wilde komen, begon hij hysterisch van angst te schreeuwen. Zelfs mijn kinderen renden hun kamers uit. Toen hij gekalmeerd was, legde hij beschaamd uit dat een onverwacht geluid de oorzaak was van de paniekaanval, omdat ze aan het front constant onder hoge druk en spanning leven.
In momenten van bijzondere pijn voor mijn man bad ik en vroeg ik waarom we zoveel lijden moesten doormaken. Toen realiseerde ik me dat ik dit ook als een leerproces kon zien en mogelijk later kon gebruiken om andere vrouwen te ondersteunen die iets soortgelijks meemaken. Vrouwen die zich zorgen maken om hun man, op zoek zijn naar hun vermiste dierbaren, of van wie hun man overleden is. Maar ook dappere vrouwen die zelf in de oorlog zitten.
Op dit moment heb ik mijn leven gewijd aan het ondersteunen en troosten van zulke vrouwen en leer ik dat professioneel te doen.”
Kataryna blijft zich inzetten voor vrouwen die door de oorlog hun man, huis of toekomst zijn kwijtgeraakt. Zij hoopt dat ook hun verhaal gehoord blijft worden.